Coronavirus en versoepelingen

In de coronabrief van 25 februari 2021 werden de versoepelingen genoemd die het moderamen van de Generale Synode afkondigde nadat de minister-president kort ervoor een persconferentie had gehouden met dezelfde strekking.

(zie: https://protestantsekerk.nl/nieuws/perspectief-voor-gemeenten-als-lichtpuntje-in-schrale-tijd/)

Op dit advies is kritiek gekomen omdat het voor velen plotseling kwam na het dringende advies online kerkdiensten te houden en niet te zingen in januari van dit jaar. Op het advies niet te zingen heeft het moderamen veel reacties gehad en een viertal gespreksrondes georganiseerd met briefschrijvers. Het moderamen liet blijken begrip te hebben voor de wens van velen om in ieder geval met voorzangers te kunnen werken, maar in januari geen risico te hebben willen nemen mede als gevolg van de hoge besmettelijkheid van de nieuwe varianten van het COVID 19 virus en de besmettingen in een aantal kerken.

Velen misten een duidelijke onderbouwing van de geadviseerde versoepelingen. Feitelijk gezien, het aantal besmettingen (lees, de ernst van de situatie) was er niet heel veel positieve verandering. Wat wél anders was, was de indaling van een beginnend besef dat we ons niet hebben te verhouden tot een virus dat voorbij gaat (op langere dan wel kortere termijn). Dit virus zal onder ons blijven, in een steeds muterende variant en we zullen ons dus moeten verhouden tot een bepaald risico dat er is. Zoals Rutte in de persconferentie zei: “Er is een 1e realiteit en dat is de 3e golf die lijkt te komen, maar er is ook een 2e realiteit, het wordt steeds zwaarder om het vol te houden.”

Er zijn niet alleen de fysieke gevolgen (volle ziekenhuizen, zieke mensen, mensen die sterven), maar ook economische, sociale en psychologische gevolgen. De geestelijke gezondheid heeft ook de aandacht van de kerken. M.a.w.: waar we tot ongeveer – ruwweg geschat – half januari steeds hebben geleefd met de gedachte dat we e.e.a. onder de knie krijgen, zien we steeds meer dat dat niet de realiteit is. En dan komen er andere vragen: hoe nemen we een verantwoord risico? Hoe krijgen we weer een beetje ons kerkleven terug?
Hierop heeft het moderamen van de synode willen anticiperen. “Het welzijn van ons allemaal weegt zwaar” was ook een uitspraak van Rutte. Ik denk dat dat welzijn voor ons, kerkmensen, ook zeker samenhangt met kerkgang, het leven in de kerk, de activiteiten, de zondagse eredienst en zingen.

De mogelijke versoepelingen betekenen wel dat we ons hebben af te vragen wat dan een verantwoord risico is. Kunnen we iets meer ruimte nemen, is het verantwoord of niet? En kunnen we het uitleggen? Ook in de maatschappij zie je deze ontwikkeling. Velen zijn er blij mee, maar er zijn ook mensen die zich zorgen maken of het wel de goede kant uitgaat.
Deze gesprekken worden in elke gemeente gevoerd. En overal zijn er bevreesden en vrijmoedigen. Of rekkelijken en preciezen.
Het is niet de bedoeling dat we gaan twisten over onze opvattingen in gemeenten. Want er zit achter elk standpunt een verhaal. Laten we als broeders en zusters met elkaar omgaan juist als onze meningen uiteenlopen want dat is toch wat ons als gemeente van Jezus Christus kenmerkt? – dat we elkaar proberen te horen en begrijpen.

Het advies of de richtlijn die het moderamen van de synode geeft, is uitdrukkelijk als advies bedoeld, en niet als wet, ook al lijkt dat misschien wel zo als er dringend wordt geadviseerd. Om een discussie in de gemeente te voorkomen waar men niet uitkomt, kiest een deel van de kerkenraden ervoor om het landelijk advies te volgen, en dat is prima. In de komende periode echter zal er meer handelingsruimte komen wat ertoe zal leiden dat er plaatselijk keuzes gemaakt dienen te worden. We hopen dat volgende week een routekaart gepubliceerd wordt die kan dienen als handleiding voor het plaatselijke beleid.

Ik hoop van harte dat de denkrichtingen die worden meegegeven in het advies door kerkenraden ter harte worden genomen.